Menu Sluiten

Hoe kan je goed afstemmen op de ander?

Of het nu gaat over begeleiden, behandelen of contact in de privésfeer, een goede afstemming is de basis van iedere relatie.

Afstemmen doe je veelal onbewust.
Maar wat doe je als contact en afstemming niet vanzelfsprekend zijn? Als je elkaar niet kan vinden? Dan kan de methodiek Beweging-als-houvast je handvaten bieden. Het geeft je een nieuwe manier kan kijken.

Het legt de nadruk op hoe je iets doet.
Hoe beweeg ik?
Hoe praat ik?
Hoe verplaats ik me?

De nadruk ligt niet op wat je doet maar op hoe je het doet.

Beweging als houvast, de methodiek

Hoe weet een moeder hoe ze een baby troost? En waarom verander je vanzelf van toon en snelheid als je tegen een peuter praat? Deze onbewuste manier van communiceren is de intuïtieve manier waarop ouders met hun jonge kind communiceren, voordat het kan praten. 

Ook volwassenen en oudere kinderen gebruiken deze vorm van communicatie nog steeds. Meestal zijn we ons er niet van bewust dat we naast verbale communicatie gebruik maken van lichaamstaal. Wanneer mensen bijvoorbeeld samen een wandeling maken en daarbij in hetzelfde ritme lopen, geeft dat een gevoel van verbondenheid ook als er niet gesproken wordt. Aan de andere kant kan deze onbewuste vorm van communicatie ook zorgen voor storingen in het contact. Bijvoorbeeld wanneer een persoon, tijdens het luisteren naar de ander, om zich heen blijft kijken zonder die persoon aan te kijken. Dat voelt ongemakkelijk en de spreker voelt zich mogelijk niet gezien en gehoord. Er is dus meer nodig dan woorden om goed en afgestemd contact te maken met elkaar. Lichaamstaal, intonatie, tempo, maar ook elkaar kunnen volgen of initiatief kunnen nemen, zijn voorbeelden van vanzelfsprekende, meestal onbewuste communicatie. 

Contact maken via onbewuste communicatie is de basis van de methode Beweging-alshouvast.

Voor wie? 

Beweging-als-houvast wordt ingezet bij kinderen en volwassenen met gedrags- en/of ontwikkelingsproblemen. Voorbeelden hiervan zijn: niet kunnen luisteren, veel afgeleid zijn, snel boos zijn, heel verlegen zijn of altijd ruzie maken. Als gesprek- en gedragstherapie daarbij niet helpen, kan Beweging-als-houvast dankzij lichaamstaal, beweging en stemgeluid op een ander niveau contact maken waardoor het wel lukt om gedrag te veranderen. 

De methode Beweging-als-houvast wordt al tientallen jaren met succes ingezet bij kinderen en volwassenen met gedragsproblemen en sociaalemotionele problemen, onder andere veroorzaakt door vormen van autisme of hechtingsproblematiek. Ook hoogbegaafde kinderen die vastlopen in hun ontwikkeling, mensen met een licht tot ernstige verstandelijk beperking of gedragsproblemen of kinderen of volwassenen met eetproblematiek zijn met succes geholpen dankzij Beweging-als-houvast. 

Hoe wordt er met de methode gewerkt? 

De hulpverlener maakt bewust gebruik van bewegingen en stemgeluid, zoals een ouder en baby dat intuïtief ook doen. Van daaruit wordt gewerkt aan gezamenlijkheid en onderscheid. Om gezamenlijkheid te creëren, past de hulpverlener de bewegingen en het stemgeluid aan de cliënt aan. Bewegingen maken in dezelfde snelheid als de ander, geeft een gevoel van verbinding. Zo leert de cliënt onbewust hoe het is om zich aan te passen aan de ander en om verbinding te maken. Vervolgens zijn ook onderscheidende bewegingen ten opzichte van elkaar nodig. Zo kan de hulpverlener sneller of juist langzamer bewegen dan de cliënt of met meer of minder gebaren. Je leert namelijk van iemand die iets anders kan of doet dan jij zelf kan of doet. Beweging-als-houvast maakt gebruik van vijf bewegingskenmerken om gezamenlijkheid en/of onderscheid te creëren. Naast snelheid zijn dit richting (waar kijkt iemand naar), de spierspanning van beide personen ten opzichte van elkaar, geluid (hieronder vallen praten en vocaliseren) en afstand (hoe is de positie van beide personen in de ruimte en hoe bewegen zij door de ruimte).

Relationele ontwikkeling

Theoretisch kader 

Het theoretisch kader van waaruit gewerkt wordt is de hechtingstheorie. Binnen deze theorie wordt de ouder-baby communicatie als basis voor de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling gezien. Stagnatie bij een cliënt in één van deze ontwikkelingsdomeinen kan vragen om een nadere beschouwing van deze basis. In een gezonde en gunstige ontwikkeling stemt de ouder intuïtief af op de baby door de manier van praten en bewegen aan te passen. Als de baby vrolijk met de armpjes beweegt, dan kan de ouder in hetzelfde ritme tot de baby praten. De baby voelt zich gezien en gehoord. Een sensitieve ouder merkt het ook op als de baby vermoeid is en het hoofd afwendt. De ouder laat de baby tot rust komen en wacht tot het weer initiatief neemt tot contact. Het gaat binnen de hechtingstheorie dus in eerste instantie om bewegingen waar de ouder op reageert en afstemt. We noemen dit ook wel hechtingsgedrag. Dat zijn de zichtbare bewegingen waarmee de baby nabijheid en contact met de ouder maakt, die vervolgens op dezelfde manier ‘terugpraat’. Hieruit ontstaat de hechtingsrelatie tussen ouder en kind. 

Maar soms verloopt dit contact niet vanzelfsprekend en gemakkelijk. Dit kan het geval zijn als ouder en baby bijvoorbeeld een uiteenlopende snelheid van reageren hebben. Een ouder die van nature snel beweegt, kan de relatieve traagheid van de baby ten onrechte misverstaan als ‘geen contact’ willen, waarna de ouder het hoofd afwendt van de baby en het moment mist dat de baby de ouder uiteindelijk wel aankijkt. Als dit sporadisch gebeurt is er natuurlijk niets aan de hand. Maar als deze situatie zich herhaaldelijk voordoet, dan doet de baby weinig ervaring op met ‘verbinding’ en hoe je contact maakt met de ander. Zonder dat er sprake is van een ‘schuldige’ kan communicatie tussen deze ouder en kind zeer moeizaam worden en kan dit leiden tot problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Naast dit voorbeeld zijn er talloze andere voorbeelden te noemen waardoor communicatie moeizaam op gang komt. 

Beweging-als-houvast maakt gebruik van het vermogen van ieder mens om contact te maken middels de eerder genoemde bewegingskenmerken. Op dit vermogen kan teruggegrepen worden, hoe complex het gedrag van een cliënt ook is, want het is het vermogen waarmee mensen geboren worden. Dit vraagt wel om vakbekwame hulpverleners die bereid zijn naar het eigen handelen te kijken en in staat zijn om hun bewegingspatroon zo aan te passen dat het de ontwikkeling van de cliënt bevordert. 

Wetenschappelijke achtergrond 

De methode Beweging-als-houvast heeft zijn oorsprong in de EBL-methode en de samenwerking tussen Marijke Rutten-Saris en Carine Heijligers. In 2002 heeft Carine Heijligers zich verbonden aan de Radboud Universiteit. Uit deze samenwerking is Beweging-als-houvast ontstaan. Onder leiding van prof. dr. Anna Bosman heeft Sonja Graafstal de methode theoretisch verder onderbouwd en werken Sonja Graafstal en Carine Heijligers aan een proefschrift om de effectiviteit en de theoretische onderbouwing duidelijk te maken. De verwachting is dat deze in 2020 gepubliceerd zal worden. Dr. Linda Reus heeft de methode didactisch verder ontwikkeld en sinds 2012 wordt de methode gedoceerd binnen de opleiding Pedagogische Wetenschappen van de Radboud Universiteit. 

Kijk voor meer informatie op de website van de Radboud Centrum Sociale Wetenschappen
De tekst komt grotendeels uit het factsheet van Sonja Graafstaal